Door onze verslaggeefster
(AMSTER)DAM – Het was een ware veldslag dit weekend op de Dam in Amsterdam bij de afloop van de eerste nationale tulpendag. Het evenement bedacht door de kwekers van de populaire bloem-plus-bol eindigde zaterdagmiddag in een verpletterende tulpentragedie.
“We hebben zo veel mogelijk tulpen proberen te redden”, zei een gezette dame die ten tijde van de afsluiting van de dag toevallig de Bijenkorf uit was gekomen. ”Het was plukken, samenvoegen en kleur bekennen.”
Voor toeristen was het een ware happening erbij te zijn dat de lokale bevolking zijn nationale bloem vertrapte op het beroemdste plein van het land. Er kwam al snel hulp vanuit Amerikaanse, Duitse en Japanse hoek. “We begrijpen dat er verdeling heerst in The Netherlands”, zei een jonge Amerikaan die een pad van gele tulpjes voor zich uit gooide. ”Niet iedereen houdt nou eenmaal van dezelfde kleur.”
De bloemen, waar de bollen nog aan vast zaten, kermden onhoorbaar.

“Ik ga alvast naar het volgende veldje”, riep een jongetje terwijl zijn moeder een plastic boodschappentas volpropte met kleur. Het kind nam een duik en kwam pas na een kwartier weer boven. Dat was toen een meneer met een oranje sweater paniekerig begon te roepen dat ‘alles op’ was.
Dat ging zo: “Mensen, het is op! Er is niks meer!”
Alsof het niet te voorzien was dat het hele zaakje geplunderd zou worden als je zou zeggen dat je gratis mocht komen plukken.
“Dit had ik niet willen missen”, aldus een binnenstadsbewoonster die al vier nachten niet echt geslapen had. Ze was er helaas niet bij geweest toen de burgemeester uit volle borst Als-de-lente-komt-dan-stuur-ik-jou-tulpen-uit-Amsterdam kwam zingen. “Niet zo’n dijk van een stem als Obama, werd gezegd, maar toch. Eberhard for president.”
Ondertussen bleef de man in het oranje maar roepen.
“AF GE LO PEN. KLAAR. ER IS NIETS MEER. tisOP.”
Hij wees naar de lege kratten met stengels en de gehavende bloemen op de grond.
“OP!!! Het is ohop!” Het klonk wanhopig.
Uit eerbied voor zijn grootouders die in een crisistijd in een verre vorige eeuw de bollen nog gegeten hadden, nam hij een flinke hap van een exemplaar dat nog in bloei stond. ”It’s over, mensen!!” wauwelde hij verder. ”This is it, fini! Fini!” Zijn wangen bolden op. Hij keek vol verwachting naar de mannen, vrouwen en kinderen om hem heen. “F i n i, mesdames et messieurs!”
Maar de graaicultuur had zich meester gemaakt van het volk. En de tulpen offerden zich stuk voor stuk op als willoze slachtoffers. ”Ik ben tóch maar een rare rooie”, zei er eentje, die duidelijk geen greintje zelfvertrouwen had.
“Ik word hier niet vrolijk van”, bekende een man die door het centrum rondstruinde in een wit pak. Op zijn rug stond in stripboekachtige letters: BOLLENPOLITIE. Voor een camera legde hij uit aan een onzichtbare vragensteller: “Toen ik het plein op kwam, dacht ik man, man, man! Tijd voor inspectie.” Hoofdschuddend liep hij op de organisatie af: “Kan ik misschien ergens mijn handen wassen?”
Op dat moment werd het de man in het oranje te gortig. Vastberaden riep hij tegen zijn collega’s: “We gaan een kring maken, iedereen die er nu nog is, moet van het plein af.”
Nog een keer zei hij zacht tegen de krioelende massa:
“Het is op.”
En toen begon hij te schreeuwen, met overslaande stem:
“S C H L O E H O E ZZZZZ!”