
De eigenaar van het kroegje op de hoek had al het servies kapot laten vallen. Dat gaf niets, want hij had toch geen klanten. Die ochtend had hij een nieuwe afwasser aangevraagd via flessenpost. Hij wond zich erover op dat niemand reageerde en bedacht zich terloops dat zijn verdwenen poes waarschijnlijk een nieuw en veel beter leven begonnen was zonder hem.
In zijn nieuwe huis vond hij tot overmaat van ramp niets dat hem uit zijn benarde situatie kon verlossen. Er was geen bestek, en borden en glazen waren al helemaal niet voorhanden. Die had hij normaal op de zaak, waar hij bijna al zijn tijd doorbracht, dus waarom ook nog met dergelijke dingen het huis vullen? Hij hing zijn jas over een stoel en schopte zijn schoenen uit. Dat was het dan. Alleen een fles stond hem op te wachten.