Broodje nr. 2

door redactie op 19-04-2010

‘Weet je wat zo goed is aan korte verhalen?’
‘Dat ze kort zijn?’

Nederland is weer een literair festival rijker. Althans, Hotel van Hassel, afgelopen weekeinde in De Balie, is iets om ieder jaar uitgebreid opnieuw te doen. Elk jaar een ‘lang weekend korte verhalen’, en als het even kan, telkens in een ander ‘hotel’. Schrijven is per slot toch reizen, met de pen, de taal, door de verbeelding.
Een festival met verhalen over verhalen, schrijvers die verhalen, films naar verhalen, ontbijten met verhalen, lezers over verhalen, tijdschriften met verhalen, verhalen in boeken! En met een internationaal karakter natuurlijk. Want goede verhalen zijn het waard door velen gelezen en gehoord te worden. Korte verhalen aller landen, verspreiden maar. Als as uit een vulkaan!

Ondanks het stilgelegde vliegverkeer was toch een aantal buitenlandse schrijvers erin geslaagd de donkere wolken te omzeilen en naar Amsterdam te komen. Sommigen waren nog net op tijd, op de zondag, zoals Petina Gappah, die uit Zimbabwe was overgekomen om met schrijvers in spe over haar werk te praten. De jonge Rus Oleg Zobern was gestrand in Frankfurt en had vanaf daar een taxi genomen. Voor zijn uitgever is het nu hopen dat Zobern bestsellers gaat schrijven.
De auteurs lazen voor in hun eigen taal en een vertaling werd op de muur geprojecteerd. Wie geen zin had om mee te lezen of te ver weg zat, werd direct verleid door de klank en het ritme van het oorspronkelijk geschrevene.
Onder de Nederlandse auteurs was, naast natuurlijk festival-initiatiefneemster Sanneke van Hassel, Librisprijswinnares D. Hooijer. Eigenlijk heet deze schrijfster Kitty Ruys-Krijgers Janzen, maar ze is dol op pseudoniemen, de reden waarom ze er dan ook meerdere heeft. Ze maakte onderscheid tussen talent en creativiteit, waar na haar optreden nog over nagepraat werd. Een nieuw literair tijdschrift getiteld
KortVerhaal is gelanceerd, een naamsverandering van De Tweede Ronde. En Ton Rozeman uitte vooraf aan de filmvertoning Short Cuts zijn bewondering voor Raymond Carver, door het voorlezen van een passage waarin een ‘broodje nummer 2′ voor kwam. Wat er op zat, op dat broodje, geen idee. Dat stond namelijk nergens. Enthousiast legde hij kortweg uit dat je in een verhaal niet alles hoeft uit te leggen.

‘Nou nog ‘s wat. Worden korte verhalen ook door korte mensen geschreven?’
‘Hou op. Ik heb een hekel aan korte mensen.’

Vorig artikel:

Volgend artikel: