Gouden haren. Twee meisjes in de zon. Leefden ze in de zeventiende-eeuw, dan had in plaats van het fototoestel het penseel zijn werk gedaan. Daar staan ze, in de Oude Kerk in 2010. In het licht van de gouden eeuw. Nog even en het is niet meer op hen gericht, maar een paar meter verder. Op een beroemd graf. Het graf dat Rembrandt van Rijn in 1642 bestemde als de laatste rustplaats voor zijn gestorven geliefde Saskia van Uylenburg.
Zou hij, de schilder van het licht, bewust deze plek hebben gekozen? Er zit iets mysterieus aan, want precies over dit punt komt een keer per jaar, vroeg in de ochtend van 9 maart, de zon op. Pal over het graf van Saskia.
Een miraculeuze gebeurtenis waar van heinde en verre toeschouwers voor naar de kerk komen. Iets voor achten in de morgen klinkt dan een buitengewoon onstuimig klokgelui. Een onbehouwen maar ook een beetje feestelijk gebeier waar een dringende roep vanuit gaat. Eenmaal in de kerk wacht het Saskia-ontbijt, met koffie, broodjes, toespraken en muziek.
Deze keer speelt Joe Puglia op zijn viool, een sonate van Bach. IJverig laat hij de muziek uit zijn instrument stromen, alsof hij het zonlicht uit moet dagen.
De meisjes met de gouden haren houden hun adem in. De strijkstok vliegt wild over de snaren. Bach-klanken zwaaien, dan weer zwierig, dan weer zwaar, tussen kerkmuren, houten gewelven en grafstenen. Liefdevol vervolgt Joe zijn melodie. Minutenlang. Af en toe verzet hij een minuscule stap en stukje bij beetje nadert het licht, zijn ontastbare wensobject. Een donker dromerige sfeer noodt de zon naar haar tijdelijke bestemming. Joe kijkt al vioolspelend ernstig naar beneden, zweven zijn schoenen daar nou een beetje?
De aanwezigen staren naar de grond. Ze gaan het niet geloven, en dat weten ze ook. Iets wonderlijks zal zich voor hun ogen voltrekken en al voordat er iets gebeurd is, werken ze aan bewijsvoering. Fototoestellen en videoapparaten doen hun best de situatie bij te houden. Is daar een zonnestraal? Klik. Is ‘ie al bij het graf? Klik. Nog niet. Klik. Bijna.
Als het licht op het graf valt, kunnen sommigen het niet laten het te becommentariëren. ‘Kijk, kijk, zo snel draait de zon om de aarde… eh, de aarde om de zon’, zegt een vader tegen zijn dochter. Vader lacht wat ongemakkelijk, de dochter tuurt kritisch naar de grafsteen. ‘Nog een klein stukje, nog een klein stukje, kijk dat hoekje, toch, pap?’
Een fel wit schijnsel weerkaatst via grijs gesteente in de ogen van de schare kerkvrienden.
En dan is het voorbij.
Het licht gezien.
In het licht van de gouden eeuw
Vorig artikel: Sorry voor het overspel
Volgend artikel: Een kanarie genaamd Kurt