Dat had ik al een tijd niet gedaan: met de roltrap gespeeld. Maar dit weekeinde in de Bijenkorf ontkwam ik er niet aan. Vrijwel iedereen deed het. Er moest en zou zaterdagmiddag namelijk van alle kanten naar beneden gekeken worden. Met de Boekenweek in aantocht verzorgde het warenhuis het Feest der Letteren.
‘Wat is daar aan de hand’, vraagt een vrouw met een accent uit het noord-oosten van het land.
‘Een modeshow?’ antwoordt haar vriendin.
‘Nee, nee, het zijn schrijvers’
‘Oh ja, daar zit ‘ie: Maarten van hut Hart, zie je hem? Van hut Hart!’
‘Oh, leuk. Even kieken wie er nog meer bij zit’n…’
Van overal kijken en wijzen Bijenkorfklanten naar de grote groep schrijvers die op de eerste verdieping bij elkaar gedreven zijn om hun werken te signeren.
In de koffiehoek op de eerste is er gelegenheid om naar de auteurs te luisteren. Vakvrouw Mieke van der Weij verzorgt er een sfeervol literair café – dat zou de Bijenkorf met vaste regelmaat moeten organiseren! Met zichtbaar plezier ontvangt ze schrijvers als Cees Nooteboom, Renate Dorrestein, Bart Chabot en Maarten ‘t Hart. Hoewel allemaal zeer verschillende types, schakelt de interviewster prima over van de een naar de ander. Een uitdagende interviewmarathon om naar te kijken. Terugkerende vraag aan alle auteurs: of ze het leuk vinden, het signeren. Het antwoord is telkens een volmondig ‘ja’. Als schrijver zit je toch altijd maar alleen thuis te schrijven, zo klonk het. En zo zie je ook eens wie je boek koopt.
Zonder boeken zit de dichter Krijn Peter Hesselink. Hij hoeft niet te signeren. In een pashok van Ralph Lauren draagt hij onder een foto van een jeugdige Mick Jagger zijn gedichten voor. Uit zijn hoofd oreert hij zijn mooie regels voor de toevallig in een pashok terecht gekomen bezoekers. De gedachte van een literaire afwerkplaats is onvermijdelijk: na een gedicht of twee zegt de dichter ‘nog eentje dan’ en weet je dat het welletjes is.
Intiem kan het ook zijn bij het signeren, blijkt als Maarten ‘t Hart aanschuift bij Mieke van der Weij.
‘Ja zeker, mensen vragen de vreemste dingen’
‘Zoals?’
‘Of ik er iets bij wil schrijven, Sorry voor het overspel, bijvoorbeeld’
‘En jij doet dan gewoon? Dan staat er Sorry voor het overspel, Maarten ‘t Hart!’
‘Maakt mij niet uit hoor…’
