“Het is pap, maar harde pap”, zo karakteriseerde een Noord/Zuidlijn-medewerker de grond onder Amsterdam. In de regen stond hij samen met zijn collega’s bij het inhijsen van de boorkop waarmee vanuit de binnenstad de nieuwe metrotunnel gegraven gaat worden.
Onder het toeziend oog van een groep door de gemeente uitgenodigde boorbelangstellenden, een handjevol toeristen, enkele zwervers en nog wat toevallige passanten ging het graafwiel de lucht, en vervolgens de 22 meter diepe boorschacht in. “Bepaald geen sinecure”, zo werd gefluisterd.
De mannen die het werk moesten verrichten, veelal Duitsers van firma’s met tot de verbeelding sprekende namen als Zubin, Herrenknecht en Saturn, bleven er echter stoïcijns onder. Zij waren al de hele week allerlei zware booronderdelen voor de klus aan het binnenloodsen. Gigantische dingen schoven elke avond in het vollemaanslicht stilletjes over het IJ. Afgelopen nacht betekende het takelen van het 50 ton zware graafwiel een iets spectaculairdere operatie en daarom was het tijd voor een feestje.
Het leek wel oudejaarsavond. Met zijn allen in de nacht, een hapje en een drankje erbij, feestelijk wachten tot Het Moment. In het Victoriahotel werd rond één uur ‘s nachts een presentatie gehouden. Terwijl genodigden voor zichzelf iets in hijsden, legde wethouder Gerson uit dat de planning is eind 2012 klaar te zijn met de boorklus.
Projectmanager Paul Janssen toonde na diverse indrukwekkende beelden van immense boren een foto van een priester in de boorschacht, die de boel met wijwater besprenkelde.
Ook beneden geplaatst, zo toonde de manager, is een beeldje van Sint Barbara – van oudsher beschermheilige van de mijnwerkers, maar de Amsterdamse dieptegravers houden haar ook graag in ere. Na alle fantastische technische hoogstandjes klonk een wat ongemakkelijk gelach in de lobby van het hotel.
Een soort mysterie was dat boren altijd vrouwennamen hebben. De Noord/Zuidboor heeft echter nog geen naam, dus of men nog een geschikte naam wist, was de vraag aan de aanwezigen. Debora natuurlijk. Prima naam en mooi af te korten ook nog. Als een van de nachtelijke boorkopbelangstellenden dat nou meteen even had gezegd, was dat in ieder geval geregeld geweest. Maar niemand zei iets, dus dat wordt weer afwachten.
Buiten spetterde de regen knetterend op de bakplaat van een poffertjesbakker. Iedereen die de kou trotseerde kreeg een portie, of je nou wel of niet iets met graafwielen had. In door de Noord/Zuidlijn ter beschikking gestelde poncho’s liet menigeen zich zodoende flink natregenen.
Rond half twee was het dan echt zover: de boorkop ging de nachtelijke hemel in. Er werd niet gejoeld, niet geklapt. Het gebeurde gewoon. Het enorme object, dat op foto’s in de presentatie verdacht veel leek op een buitenaards ruimteschip, kreeg eenmaal op z’n kant getakeld iets weg van een in staal gevangen ster. Door bouwlampen verlicht, hing hij te schitteren boven het Damrak.
Eventjes maar, want hij had nog heel wat voor de boeg.